Wat doe je als je jouw biologische vader op LinkedIn tegenkomt?

Ik had ooit zijn naam gegoogeld en dat was nooit meer uit het geheugen van internet gewist, of LinkedIn had simpelweg onze achternamen herkend. Onmogelijk kon ik een andere reden bedenken voor de bizarre ontdekking van gisterochtend: tussen mijn voorgestelde connecties stond ineens een man met mijn initialen en dezelfde donkerbruine ogen. Met als enige verschil dat zijn rimpels dieper waren uitgesneden en dat het niet ik was, maar mijn lang vertrokken vader.

De vraag of ik deze meneer kende en wilde toevoegen aan mijn netwerk was ironischer dan de website waarschijnlijk had bedoeld. Achter af kon LinkedIn er natuurlijk ook niets aan doen dat ze per ongeluk de connectie legde met mijn lieflijke DNA-verschaffer die een paar jaar na zijn vrijgevigheid zijn koffertje en de rest van het huis meenam en nooit meer terugkeerde.

Moest ik het bekijken?

Uiteindelijk was mijn vraag nooit geweest hoe hem het was vergaan. Veel liever vertelde ik hem hoe het ging met mij, zonder hem. Hoe weinig ik hem nodig had gehad en hoe ik was opgegroeid tot een zelfstandige jonge vrouw. Dat ik studeerde en werkte en schreef en dat ik de allerleukste vriend van de hele wereld had, omdat het hem zelfs niet was gelukt mijn vertrouwen in liefde te breken.

En ondanks dat ik wist dat hij toch nooit de opa van mijn kinderen zou zijn, was er één ding waar ik zijn desinteresse voor altijd de schuld van zal geven: bewijsdrang. Dus poetste ik mijn account op, voegde alles toe waar ik ooit trots op was geweest en maakte het goed met de gedachte dat ik dat toch nog een keer moest doen. Grappig dat de drang naar erkenning niet ophoudt bij het ontbreken van liefde, maar reikt tot aan waar je bloed stroomt.

Natuurlijk bekeek ik zijn profiel. Aandachtig, zelfs. Ik miste geen letter van de woorden die voor mij allemaal leugens zouden kunnen zijn omdat dat de enige vorm van communiceren was die ik van hem kende. Ik zag dat hij in de Bijlmer woonde en in praktisch dezelfde straat werkte als mijn broer. Ik vroeg hem of hij papa weleens had gezien op werk. Hij zei nee. Vraagtekens. Wetende dat hij vanaf dat moment altijd op z’n hoede zou zijn.

In een opwelling van opborrelende puberemoties zat ik zelfs 30 hele minuten in het café waar hij schijnbaar werkte. Hij was er niet en in dat halfuur bedacht ik alleen maar wat ik zou doen als hij er wel was geweest. Ik denk dat ik van alle woorden die ik bedacht er geen eentje had gezegd. Want wat zeg je tegen iemand die je eigenlijk niet kent, maar er wel voor zorgde dat jij in staat bent om te kennen?

Dezelfde middag blokkeerde ik hem op LinkedIn. Ik denk dat je eerst in staat moet zijn de schade vast te stellen voor je kunt vergeven. En wanneer je zelf zo ver bent, zijn er nog altijd mensen die niet vergeven willen worden.